Nederlanders hebben duidelijk een obsessie met tulpen. Het lijkt wel of we een verslaving hebben! Die hadden we ook… in de 17de eeuw. En dat terwijl tulpen niet eens Nederlands zijn! Welkom bij de enige echte blog over tulpen.

Tulpen zijn bloemen. Ze groeien uit een bol. Meestal groeit er maar een stengel uit zo’n bol (en is er dus ook maar een bloem per bol), maar in sommige soorten groeien er wel vier stengels uit een bol. Tulpen groeien in allerlei soorten en maten, en in allerlei kleuren. Behalve een: de zwarte tulp… maar daar hebben we het later nog wel over. Als u tulpen knipt en in een vaas zet, blijven ze ongeveer een week goed. Bovendien groeien ze dan naar het licht. Tulpen zijn een teken dat de lente weer begint, als u dan hier bent, is het zeker aangeraden om naar de Keukenhof te gaan (een soort park met een grote collectie van allerlei soorten bloemen, maar vooral tulpen) of naar een veld met tulpen, waar u soms uw eigen boeket kan knippen.

Zoals ik al heb gezegd, tulpen zijn van origine niet Nederlands. Ze zijn eigenlijk Turks. Maar hoe zijn ze dan in Nederland terecht gekomen? De eerste vermelding van tulpen komt uit, u kunt het al raden, Turkije. Blijkbaar was Turkije uit de tiende eeuw dé plek voor deze (we denken) hybride van wilde planten om te gaan groeien. Hoewel we niet zeker weten wie de tulp heeft meegenomen uit Turkije, weten we wel dat Carolus Clusius verantwoordelijk is voor het verder verspreiden van de tulp. Uiteindelijk werd hij directeur van de botanische tak van de Leidse Universiteit in 1593. In datzelfde jaar plantte hij tulpen in zowel zijn eigen tuin als die van de universiteit. Daarom staat het jaar 1594 bekent als het jaar dat er voor het eerst tulpen in Nederland groeiden. Wist hij veel dat dit uiteindelijk zo leiden naar een nationale tulpenkoorts…

De Tulpen Manie, zo heet de nationale tulpenkoorts, werd veroorzaakt daar een paar factoren. Allereerst waren de Nederlanders tegen de Spaanse bezetters aan het vechten om vrijheid. Hierdoor konden de Nederlanders zelfstandig gaan handelen. De handel bloeide op. Bedrijven zoals de VOC (Vereenigde Oost-Indische Companie) konden winstmarges tot wel 400% halen, door hun producten uit Oost-Indië te verkopen. Hierdoor werd zelfs de armste man rijk. Combineer dat met het feit dat de tulp een nieuwe en spannende bloem was, zoals geen andere in Nederland. Tulpen werden een luxe-item, waarmee je kon laten zien hoe rijk je wel niet was. Omdat de bloemen zo nieuw waren, was de vraag ernaar groot. De handelaren die ze op voorraad hadden, konden ze voor veel geld verkopen. Mensen dachten dat de prijs voor de tulpen alleen maar kon groeien. De vraag groeide en dus ook de prijs. Nieuwe soorten werden gecreëerd en kregen vaak de naam van de maker.  Mensen werden in korte tijd stinkend rijk. Tijdens de piek van de prijs was één tulpenbol, een Semper Augustus, net zoveel waard als een grachtenpand (een grachtenpand kostte omgerekend €67.500 in die tijd). Er waren wedstrijden om wie de beruchte zwarte tulp zou kunnen maken, een moeilijke opgave omdat zwart nauwelijks voor komt in bloemen. Omdat mensen niet stil stonden bij de vraag of een tulp nou echt zoveel waard was, is dit bekend als de eerste economische zeepbel. Maar in 1637 kelderde de prijzen plotseling. Mensen realiseerde zich dat ze de tulpen ook gewoon in hun achtertuin konden groeien, voor niets. De zeepbel spatte uit een. De handelaren hadden echter nog een voorraad opgeslagen, die ze hadden gekocht voor de torenhoge prijzen. Ze konden de tulpen niet aan de straatstenen kwijt en maakten grote verliezen.

Hoewel we niet meer zo obsessief doen over tulpen, is het nog steeds een van onze grootste exports. Wij Nederlanders hebben ook de economische zeepbel ‘’uitgevonden’’ (maar of we daar nou trots op moeten zijn…).Als je aan Nederland denkt, denk je aan kaas, haring en tulpen. Daarom komen er veel toeristen naar Nederland, om onder andere de tulpen te bekijken. Als u hier in de lente bent, moet u zeker de tulpen zien!

Eline van der Peet